Omschrijving
De Loggia del Consiglio, ook wel Gran Guardia genoemd, is het elegante witte renaissancegebouw op de hoek van de Piazza dei Signori in Padua. Hier vergaderde het stadsbestuur: een grote trap loopt recht van het plein naar de loggia en de raadszaal.
De gevel is helemaal van Istrische steen: zuilen, gebeeldhouwde kapitelen, kroonlijsten, friezen en de balustrade, het indrukwekkendste deel. Het is een van de eerste voorbeelden in Padua waar de steen niets meer draagt maar pure bekleding wordt, een schil van platen rond de zaal.
Kijk ook naar de bekroning met een motief van cirkels en ruiten, en naar de bank van rood Veronees marmer die langs de trap loopt. Aan de westkant, langs de via del Monte di Pietà, verandert de toon: grijs bossagewerk van Euganeïsch trachiet, sober en vlak.
Boven de loggia ligt de zaal van de Grote Raad, ruim en versierd met fresco's uit de zeventiende eeuw.
Een tweede trap, vanaf het bordes van de grote trap, bracht de gezagsdragers naar twee dienstvertrekken waar de ambtenaren voor en na de vergaderingen samenkwamen. De trap doet denken aan die van Mauro Codussi in de Scuola di San Giovanni Evangelista in Venetië, van enkele jaren eerder.
De Raad wilde een loggia die de stad waardig was, "ad ornamentum et commodum", voor de schoonheid en het gemak. De bouw werd echter een kleine odyssee. In 1496 stemde de Raad over drie modellen en koos dat van Annibale Maggi uit Bassano. Of een man van rond de zeventig, die nooit als architect aan het werk was gezien, er echt de maker van was, blijft echter de vraag.
De fundering werd in 1498 uitgezet, daarna legde de oorlog van de Liga van Kamerijk alles stil: in 1509 koos Padua de kant tegen Venetië en werd het heroverd en geplunderd. De loggia werd in 1517 gebouwd, de zaal was in 1526 bruikbaar en de bouw werd pas in 1536 afgerond.
De naam Gran Guardia stamt uit de negentiende eeuw, toen de Oostenrijkers er tussen 1813 en 1848 het militaire commando van de stad hadden. Sinds 1866 is het gebouw weer van de gemeente en wordt het gebruikt voor culturele evenementen.
De gevel is helemaal van Istrische steen: zuilen, gebeeldhouwde kapitelen, kroonlijsten, friezen en de balustrade, het indrukwekkendste deel. Het is een van de eerste voorbeelden in Padua waar de steen niets meer draagt maar pure bekleding wordt, een schil van platen rond de zaal.
Kijk ook naar de bekroning met een motief van cirkels en ruiten, en naar de bank van rood Veronees marmer die langs de trap loopt. Aan de westkant, langs de via del Monte di Pietà, verandert de toon: grijs bossagewerk van Euganeïsch trachiet, sober en vlak.
Boven de loggia ligt de zaal van de Grote Raad, ruim en versierd met fresco's uit de zeventiende eeuw.
Een tweede trap, vanaf het bordes van de grote trap, bracht de gezagsdragers naar twee dienstvertrekken waar de ambtenaren voor en na de vergaderingen samenkwamen. De trap doet denken aan die van Mauro Codussi in de Scuola di San Giovanni Evangelista in Venetië, van enkele jaren eerder.
De Raad wilde een loggia die de stad waardig was, "ad ornamentum et commodum", voor de schoonheid en het gemak. De bouw werd echter een kleine odyssee. In 1496 stemde de Raad over drie modellen en koos dat van Annibale Maggi uit Bassano. Of een man van rond de zeventig, die nooit als architect aan het werk was gezien, er echt de maker van was, blijft echter de vraag.
De fundering werd in 1498 uitgezet, daarna legde de oorlog van de Liga van Kamerijk alles stil: in 1509 koos Padua de kant tegen Venetië en werd het heroverd en geplunderd. De loggia werd in 1517 gebouwd, de zaal was in 1526 bruikbaar en de bouw werd pas in 1536 afgerond.
De naam Gran Guardia stamt uit de negentiende eeuw, toen de Oostenrijkers er tussen 1813 en 1848 het militaire commando van de stad hadden. Sinds 1866 is het gebouw weer van de gemeente en wordt het gebruikt voor culturele evenementen.