Omschrijving
Het Baptisterium van de Duomo van Padua is een twaalfde-eeuws gebouw naast de kathedraal dat een van de grote fresco-cycli van de veertiende eeuw bewaart: het meesterwerk van Giusto de' Menabuoi, dat elke wand en de koepel bedekt. Sinds 2021 is het UNESCO-werelderfgoed.
Wie omhoogkijkt, ziet het Paradijs in de koepel: rond Christus Pantocrator draait een stralenkrans van engelen en heiligen in ordelijke rijen, met aureolen die van onderaf op edelsmeedwerk lijken. In één lijn met Christus staat de biddende Madonna, gehuld in een blauwe mantel.
In de tamboer lopen de verhalen uit Genesis, vanaf de schepping van de wereld; op de wanden de levens van Johannes de Doper, Maria en Jezus, gesitueerd in zorgvuldig geschilderde architectuur. In De bruiloft te Kana bewegen de bedienden zich natuurlijk tussen de roerloze gasten.
In de apsis, rond het altaar, vult de Apocalyps de wanden met monsterlijke figuren: de Ruiters, het beest met tien horens en zeven koppen, de vrouw met de zon bekleed, de rode draak. Op het altaar staat het polyptiek van Giusto zelf, met de Madonna met Kind in het midden.
In de jaren zeventig van de veertiende eeuw werd het baptisterium het mausoleum van de heren van Padua, Francesco il Vecchio da Carrara en zijn vrouw Fina Buzzaccarini, die de fresco's bestelde. Fina komt meermaals voor: met haar dochters bij de geboorte van de Doper en in de lunet waar de heilige haar aan de Maagd toevertrouwt.
Giusto vulde de scènes met gezichten van het hof. Francesco il Vecchio speelt de centurio in de Kruisiging, en tussen de getuigen van de wonderen van Christus staan Francesco Petrarca en Lombardo della Seta. In De roeping van Mattheüs zie je de Duomo zoals hij in de veertiende eeuw was.
De glorie van de Carraresi duurde kort. In 1405, toen Venetië Padua veroverde, sloopten Venetiaanse soldaten de monumentale graven van het echtpaar en verfden ze de wapens van Francesco groen over. Giusto zelf werd hier begraven, buiten het gebouw.
Wie omhoogkijkt, ziet het Paradijs in de koepel: rond Christus Pantocrator draait een stralenkrans van engelen en heiligen in ordelijke rijen, met aureolen die van onderaf op edelsmeedwerk lijken. In één lijn met Christus staat de biddende Madonna, gehuld in een blauwe mantel.
In de tamboer lopen de verhalen uit Genesis, vanaf de schepping van de wereld; op de wanden de levens van Johannes de Doper, Maria en Jezus, gesitueerd in zorgvuldig geschilderde architectuur. In De bruiloft te Kana bewegen de bedienden zich natuurlijk tussen de roerloze gasten.
In de apsis, rond het altaar, vult de Apocalyps de wanden met monsterlijke figuren: de Ruiters, het beest met tien horens en zeven koppen, de vrouw met de zon bekleed, de rode draak. Op het altaar staat het polyptiek van Giusto zelf, met de Madonna met Kind in het midden.
In de jaren zeventig van de veertiende eeuw werd het baptisterium het mausoleum van de heren van Padua, Francesco il Vecchio da Carrara en zijn vrouw Fina Buzzaccarini, die de fresco's bestelde. Fina komt meermaals voor: met haar dochters bij de geboorte van de Doper en in de lunet waar de heilige haar aan de Maagd toevertrouwt.
Giusto vulde de scènes met gezichten van het hof. Francesco il Vecchio speelt de centurio in de Kruisiging, en tussen de getuigen van de wonderen van Christus staan Francesco Petrarca en Lombardo della Seta. In De roeping van Mattheüs zie je de Duomo zoals hij in de veertiende eeuw was.
De glorie van de Carraresi duurde kort. In 1405, toen Venetië Padua veroverde, sloopten Venetiaanse soldaten de monumentale graven van het echtpaar en verfden ze de wapens van Francesco groen over. Giusto zelf werd hier begraven, buiten het gebouw.